HET GEBIT
In de mondholte ligt het gebit, waamee de hond
voedsel in brokken uiteen kan scheuren.
Hiermee wordt de oppervlakte van het te verteren voedsel vergroot, vandaar de
term mechanische vertering.
In de mondholte eindigen ook de afvoerbuizcn van de speekselklieren, deze produceren een
slijmerig goedje (speeksel) dat het voedsel glad maakt zodat slikken gemakkelijk gaat.
Dit speeksel bevat bij de hond geen amylase, een enzym dat een begin maakt met de
vertering van zetmeel, hierdoor komen er geen suikers vrij waardoor gaatjes (caries) niet
zullen ontstaan.
Onder voorbehoud dat u zelf deze suiker niet aan uw hond aanbiedt.
De aanwezige suiker dient als voedselbron voor bacteriën die op hun beurt zuren
produceren die het tandglazuur aantasten.
Hoe is een tand of kies (gebitselement) opgebouwd?
Elk element bestaat uit drie onderdelen te weten:
* de kroon: het zichtbare deel van het
element
* de hals: het deel dat omgeven wordt door tandvlees
* de wortel: het deel dat zich in de kaak bevindt.
De kroon is aan de buitenzijde bedekt met een
harde laag (glazuur).
De hieronder gelegen grondsubstantie (tandbeen, ivoor of dentine genoemd) is veel
kwetsbaarder.
In een gezond gebit zal dit kwetsbare deel door het tandvlees beschermd worden.
Door de vorming van tandsteen kan dit kwetsbare deel van een element bloot gelegd worden.
Wat is tandsteen?
Tandsteen is een langzaam gevormde aanslag, bestaande uit resten voedsel,
neergeslagen zouten uit speeksel en afgestorven bacteriën dat een bruine kleur heeft.
Deze aanslag wordt gevormd op het tandglazuur doch met name op de overgang met het
tandvlees.
De steeds toenemende hoeveelheid tandsteen werkt zich als een wig onder het tandvlees.
Het tandvlees raakt ontstoken, trekt zich ook terug en legt hierdoor het kwetsbare deel
namelijk de hals bloot.
Behalve de vergrote kwetsbaarheid van clementen, kunnen de elementen ook los komen te
zitten.
Een ander optredend probleem met mogelijk ook zeer grote consequenties is het in de
bloedbaan geraken van ontstekingsdeeltjes afkomstig van de ontstekingen van tandvlees en
gebit.
Deze deeltjes die onder andere bacteriën bevatten kunnen elders in het lichaam vastlopen.
Beruchte plaatsen hiervoor zijn: hartkleppen (endocarditis), nieren en ook de
tussenwervelschijven.
Dus hoewel u aan uw hond niet zoveel merkt, behalve wat bruine aanslag en mogelijk wat
stinken uit de bek, dient u bedacht te zijn op de mogelijke gevolgen van een voortgaande
infectie in de mondholte.
Om tandsteen te voorkomen moet u goed op het voedsel letten.
Hoe minder het dier hoeft te kauwen op het voedsel, hoe gemakkelijker tandsteen
kan ontstaan.
Het geven van harde brokken en het regelmatig kauwen op kluiven of kauwbotten is niet
alleen een traktatie voor de hond maar ook nog eens hartstikke gezond.
Een tip die u met name voor de jonge hond goed ter harte moet nemen is het op jonge
leeftijd beginnen met tandenpoetsen.
Het is van belang een zo zacht mogelijke tandenborstel te gebruiken en een tandpasta die
doorgeslikt kan worden.
Er zijn speciale tandpastas in de handel met voor de hond lekkere smaken als lever
en dergelijke. Hiermee kan de drie maal in de week gegeven tandenpoetsbeurt een beloning
worden.
Genoeg over tandsteen.
Misschien is het ook interessant om te weten wanneer het melkgebit overgaat naar
het permanente gebit. Dan is het natuurlijk handig om te weten hoe het gebit uberhaupt is
opgebouwd.
We onderscheiden verschillende soorten elementen te weten:
* snijtanden (incisivi) 6 onder en 6 boven, tussen de
* hoektanden (canini) in 2 onder en 2 boven. Dan volgen de
* valse kiezen (premolaren) 2 maal 4 onder en 2 maal 4 boven,
* ware Kiezen (molaren) 2 maal 2 boven en 3 maal 2 onder.Omdat de linker en reciter kaakhelft aan elkaar gelijk zijn wordt de tandformule van een volwassen hond als volgt weergegeven:
IC PM
3 142
3 143Zoals u ziet wordt alleen de rechter helft weergegeven.
De tandformule voor het melkgebit kan nog korter worden weergegeven.
Dit omdat deze niet alleen links en rechts gelijk is, maar ook onder en boven.
De tandformule van het melkgebit is derhalve: 3, 1, 3.
Dit geeft aan de aanwezigheid van 3 snijtanden, 1 hoektand en 3 melkkiesjes.
De eerste premolaar (P 1) is zeer klein (ligt vlak achter de hoektand) en wisselt niet = een persisterende melkkies.
In de tandformule voor liet melkgebit wordt deze niet meegenomen omdat dit kiesje heel laat verschijnt.Nu terug naar het melkgcbit.
Wanneer komen de eerste elementen door en wanneer worden deze vervangen door de permanente elementen?
In de onderstaande figuur hebben we getracht dit zo duidelijk mogelijk weer te geven.
Zoals u ziet zijn de hoektanden en premolaren 3 en 4 de eerste elementen die doorkomen.
Al snel gevolgd door de snijtanden en premolare 2.
Het eerste element van het permanente gebit is theoretisch de eerste molaar, maar kan net zo goed één van de snijtanden of de persisterende melkkies (P 1) zijn.
Nog net voor iet wisselen van de premolaren zal molaar 2 in de onderkaak doorkomen.
Op een leeftijd van zeven maanden heeft de gemiddelde hond zijn permanente gebit.
Het meest kenmerkende aan dit hondengebit zijn de grote scheurkiezen in onder- en bovenkaak: premolaar 4 (P4) boven en molaar 1 (M1) onder.
Een probleem dat wel eens optreedt bij het wisselen is het nog aanwezig zijn van het element van het melkgebit, terwijl dat overeenkomende permanente element ook al zichtbaar is. Normaal gesproken duwt het permanente element het melkelement eruit.
Mede ook omdat dit elementje onder druk komt te staan en een minder omvangrijke wortel heeft waardoor deze makkelijk oplost.
Dit beide aanwezig zijn wordt vooral gezien bij de hoektanden. Indien het melkelementje blijft zitten kan het permanente element een afwijkende stand aannemen.
Het is derhalve belangrijk dat u dit in de gaten houdt en bijpersvan het gebit?Uit het eerdere deel mag opgemaakt worden dat een leeftijdschatting bij een hond tot Ca. zes maanden goed mogelijk moet zijn.
Hierna blijft het bij een grove schatting omdat de kenmerken waarop deze gebaseerd zijn erg onbetrouwbaar zijn. Er wordt onder andere gekeken naar de mate van afslijting en de hoeveelheid tandsteen.
1) tussenkaak
2) bovenkaak
3) gehemeltebeen
4) wiggebeen![]()
U zult uit het bovengaande ook begrepen hebben dat de de hoeveelheid tandsteen niet alleen afhankelijk is van de leeftijd.
Evenzo is de hoeveelheid en de locatie van slijtage zeer afhankelijk van de manier waarop een hond zijn gebit gebruikt.Om het verhaal volledig te maken wil ik nog een paar dingen kwijt: de elementen van een hondengebit dienen scherp en puntig te zijn.
Dit alles in dienst van het in kleinere stukken scheuren van het voedsel.
Ook is het over het algemeen gewenst dat een hond een scharend gebit heeft. Dit houdt in dat bij het sluiten van de mond de boventanden en kiezen juist over de onderste heen vallen.Bij afwijkingen hiervan onderscheiden we de bovenvoorbijter (boventanden vallen ver voor de ondertanden) en de ondervoorbijter (ondertanden vallen ver voor de boventanden).
tanden en kiezen in de onderkaak
Er wordt gesproken van een tanggebit indien de boventanden precies op de ondertanden vallen, als bij een nijptang.Voor vragen en/of opmerkingen kunt u altijd bij ons terecht.
De tekeningen uit het artikel zijn met toestemming overgenomen uit Elementaire Kynologie van R. van der Molen.